Jonge & Oude Nobele

Hoofdstuk 6         Reglement op het Koningsvogelschieten

6.1     Algemeen

1.      Dit reglement dient ter plaatse aanwezig te zijn.
2.      De leden van de Jonge en Oude Nobele dragen tijdens het de installatie van de koningen het uniform.
3.      Door deelname aan het Koningsvogelschieten, bindt men zich aan de bepalingen van dit reglement.

6.2     Datum

Het traditionele Koningsvogelschieten voor de Jonge Nobele, Oude Nobele en het burger-koningsvogelschieten vindt ieder jaar plaats in de maand april. Het bestuur bepaalt ieder jaar de datum op de algemene jaarvergadering en brengt dit ter kennis aan alle leden.

6.3     Wie mag er schieten?

Het bestuur stelt jaarlijks een lijst samen van leden die gerechtigd zijn om op de koningsvogel te mogen schieten.  In deze lijst is een onderscheid aangebracht tussen de Jonge Nobele en de Oude Nobele.

6.4     Ere‑gasten

Het bestuur beslist over het mee schieten door eregasten.  De eregasten mogen slechts in de eerste ronde 1 schot lossen en alleen op de vleugels van de vogel.

6.5     Ere‑leden en het adviserend college

Zij mogen deelnemen aan het Koningsvogelschieten op de koningsvogel van de Oude Nobele.

6.6     Het programma op de schietweide

Het ceremoniële gedeelte op de schietweide ziet als volgt uit:

1.      Het aantreden op het schietterrein van alle aanwezige leden in uniform.
2.      Openen van de Ban
3.      Openingsgebed door de Patronus Spiritualis.
4.      Inleveren van het koningszilver door de nog regerend koning. Dit dient op een waardige wijze te gebeuren.
5.      Betalen van het tromgeld door alle  aanwezige leden
6.      Bepalen van de schietvolgorde door middel van loting voor alle leden voor het schieten op de koningsvogel in de eerste ronde. Alleen deze eerste ronde is voor alle leden verplicht.
7.      Sluiten van de Ban
8.      Schieten van de ere-schoten
9.      Schieten van de eerste ronde door alle leden
10.    Schieten op de koningsvogel door de schietgerechtigde leden volgens de lijst zoals opgesteld door het bestuur, in volgorde van loting.

6.7     Burger‑Koningsvogelschieten

De volgorde voor het schieten op de koningsvogel van de burgers wordt bepaald door de volgorde van inschrijving.  Verdere bepalingen zijn opgenomen in het reglement op het Burger‑Koningsvogel-schieten, welke ter inzage ligt tijdens deze dag.

Geüniformeerde leden van de vereniging zijn uitgesloten om deel te nemen aan het Burger-koningsvogelschieten.  Ongeüniformeerde (ere)leden mogen wel deelnemen.

6.8     Ere‑schoten

Voor aanvang van de eerste ronde hebben de volgende personen het recht om één schot te lossen op de vleugels van de koningsvogel van zowel de Jonge Nobele als op de vogel van de Oude Nobele

1.      De Edelachtbare Heer Burgemeester van Valkenburg aan de Geul, en/of zijn plaatsvervanger
2.      Patronus Spiritualis
3.      Patrona Civilis
4.      Patronus Civilis
5.      Keizer van de Jonge Nobele
6.      Keizerin van de Jonge Nobele
7.      Keizer van de Oude Nobele
8.      Keizerin van de Oude Nobele
9.      Koning van de Jonge Nobele
10.    Koningin van de Jonge Nobele
11.    Koning van de Oude Nobele
12.    Koningin van de Oude Nobele
13.    Koning van de burgers van Valkenburg
14.    Ere-president
15.    President
16.    Ere‑leden
17.    Eregasten.  Deze lijst wordt door het bestuur samengesteld
18.    Voorzitter of zijn plaatsvervanger

6.9     Aantal schoten

Alle deelnemers aan het koningsvogelschieten mogen per ronde slechts 1 (één) schot lossen.

6.10   De Koning

6.10.1         Definitie

De schutter die de laatste resten van de vogel afschiet wordt koning.  Na het afschieten van de koningsvogel, wordt de nieuwe koning door zijn medeschutters driemaal  rond de schietboom gedragen.  Daarna wordt de Koning geïnstalleerd door hem/haar op waardige wijze het koningszilver om te hangen.

6.10.2         Rechten

1.       De Koning heeft het recht om per ronde tweemaal achter elkaar 1 schot te lossen., dit in tegenstelling tot hetgeen bepaald is in hoofdstuk 6 punt 9 van het Huishoudelijk Reglement

2.       De Koning heeft het recht om naar eigen goeddunken een Koningin of Prins‑(gemaal) te kiezen.  De kosten hieraan verbonden, komen ten laste van de koning.

3.       De Koning wordt bij het volgende Koningsvogelschieten door de schutterij zo mogelijk aan zijn/haar woning afgehaald, of indien dit niet mogelijk is op een plaats vastgesteld in overleg met het bestuur.

 4.       Ook een vrouwelijk lid zal (mocht zij de vogel schieten) de titel van “Koning” dragen.  Zij draagt in principe zelf het Koningszilver, doch zij mag een persoon aanwijzen die voor haar het koningszilver mag dragen.

5.       De Koning heeft het recht om, indien hij door omstandigheden niet aan zijn plicht van fysieke aanwezigheid kan voldoen bij het uitrukken der Schutterij, zich te laten vervangen door een remplaçant. Deze remplaçant is lid van de schutterij.

6.       De Koning heeft het recht tot het (laten) plaatsen van een Konings-den aan zijn of haar woning. De Konings-den wordt bij voorkeur geplant in de maand mei. De kosten voor het plaatsen van de Konings-den komen ten laste van de Koning.

7.       De Koning heeft het recht op drie achtereenvolgende schoten per ronde.  Deze bepaling geldt alleen als hij voor de derde maal in successie strijdt voor het Koningschap EN bij een minimale deelname van 20 schutters op de desbetreffende vogel.

8.       De Koning heeft het recht op een persoonlijk zilveren herinneringsschildje namens de vereniging.  Dit schildje wordt eenmalig aangeboden bij het behalen van het eerste Koningschap.

9.       De Koning heeft het recht om zijn naam te laten vermelden op het zogenaamde “Receptiezilver”.  De kosten hieraan verbonden komen ten laste van de Koning.

10.     Tijdens het uitrukken van de schutterij kan de Koning begeleid worden door pages of adjudanten.

11.     Dit art. ( 6.10.2.11)Vervalt

 

6.10.3         Plichten

1.       De Koning is verplicht een zilveren plaat, van ten minste tweede gehalte zilver, aan de vereniging te schenken, hiervoor ontvangt hij een financiële bijdrage welke jaarlijks door de vereniging wordt vastgesteld.  Deze plaat wordt bij het Koningszilver gevoegd en wordt eigendom van de vereniging.  Op de Koningsplaat dient minimaal te worden vermeld:

‑ Welk Koningschap, te weten de geleding
‑ De naam van de Koning en eventueel de Koningin.
‑ Het jaartal waarin het Koningschap behaald is.

Indien bovengenoemde schenking niet  heeft plaatsgevonden voor het volgende koningsvogelschieten is men uitgesloten van deelname aan het koningsvogelschieten.

2.       De Koning is verplicht om, in uitzonderlijk, geval bij verhindering voor het uitrukken van de Schutterij, er zorg voor te dragen dat het Koningszilver wel ter plaatse aanwezig is, op straffe van een “enkerke” bier, of vervangende dorstlessers.

3.       De Koning is verplicht, na het gebruik van het Koningszilver, dit zo spoedig mogelijk, in goede staat, onder beheer van de schatmeester te stellen.

4.       De persoon die Koning wordt, is verplicht zijn medeschutters een goed vat bier van ten minste een “enkerke” of vervangende dorstlessers aan te bieden.

6.11   Keizer

6.11.1         Definitie

Degene die drie achtereenvolgende malen de Koningsvogel afschiet binnen de eigen geleding, wordt het jaar volgend op zijn laatste Koningschap tot Keizer geïnstalleerd, van deze geleding.

6.11.2         Algemene bepalingen

1.       Dit art (6.11.2.1) vervalt.

2.       Er kan zowel een Keizerschap bij de Jonge Nobele als bij de Oude Nobele uitgeoefend worden, doch niet in 1 (één) persoon verenigd.  De keizer mag deelnemen aan het schieten op de Koningsvogel binnen zijn eigen geleding.  Indien een Keizer der Jonge Nobele overgaat naar de Oude Nobele houdt dit in dat hij zijn titel als keizer bij de Jonge Nobele neerlegt.. Indien een keizer binnen zijn geleding de koningsvogel afschiet, draagt hij de titel “Koning-Keizer”, en gelden de bepalingen zoals die gelden voor de koning.

3.       Men blijft Keizer tot een ander deze titel behaalt, of zo lang het lidmaatschap duurt., of totdat men overgaat naar een andere geleding

4.       Dit art (6.11.2.4) vervalt

5.       Tijdens het uitrukken van de schutterij kan de Keizer begeleid worden door pages of adjudanten.

6.11.3         Rechten

1.       De Keizer heeft het recht om naar eigen goeddunken een Keizerin te kiezen.  De kosten die hieraan verbonden zijn, komen ten laste van de Keizer.

2.       De Keizer wordt bij het volgende Koningsvogelschieten door de Schutterij zo mogelijk aan zijn/haar woning afgehaald, of indien dit niet mogelijk is op een plaats vastgesteld in overleg met het bestuur.

3.       Ook een vrouwelijk lid zal (mocht zij de vogel schieten) de titel van “Keizer” dragen.  Zij draagt in principe zelf het keizerszilver, doch zij mag een persoon aanwijzen die voor haar het keizerszilver mag dragen.

4.       Dit art (6.11.3.4) vervalt

5.       De Keizer heeft het recht op een persoonlijk zilveren herinneringsschildje namens de vereniging.  Dit schildje wordt eenmalig aangeboden bij het beëindigen van het keizerschap.

6.11.4         Plichten

1.       De Keizer is verplicht een zilveren plaat, van ten minste tweede gehalte zilver, aan de vereniging te schenken.  Deze plaat wordt bij het Keizerszilver gevoegd.  De schenking dient plaats te hebben vóór de installatie tot Keizer.  Op de Keizersplaat dient te worden vermeld:

‑ Welk Keizerschap, te weten de geleding
‑ De naam van de Keizer en eventueel de keizerin.
‑ Het jaar waarin met als Keizer is geïnstalleerd

2.       Dit art Vervalt (6.11.4 lid 2)

3.       De Keizer is verplicht, na het gebruik van het Keizerszilver, dit zo spoedig mogelijk in goede staat onder beheer van de schatmeester te stellen.

4.       De persoon die Keizer wordt, is verplicht zijn medeschutters een goed vat bier van ten minste een “enkerke” of vervangende dorstlessers aan te bieden.

5.       Van de Keizer wordt verwacht dat hij zijn functie naar behoren uitvoert en zo vaak als mogelijk aanwezig is bij het uitrukken van de schutterij en/of haar sociale verplichtingen.

6.12   De koningin, keizerin, prins(-gemaal)

6.12.1         Definitie

Koningin is zij die als zodanig is gekozen door de Koning.
Keizerin is zij die als zodanig is gekozen door de Keizer.
Prins(-gemaal) is hij die als zodanig is gekozen door de vrouwelijk lid welke de titel Koning draagt.

Afhankelijk van hun staat van dienst vóór dat zij of hij in functie treden, gelden de volgende bepalingen.

6.12.2         Actief  lid

De Koningin, Keizerin of Prins‑(gemaal) blijft actief lid, dit met alle hieraan verbonden rechten en plichten jegens de vereniging.

6.12.3         Ongeüniformeerde lid

De Koningin, Keizerin of Prins‑(gemaal) is tijdens haar of zijn ambtsperiode actief lid, dit met alle hieraan verbonden recht en plichten jegens de vereniging, doch zij /hij zal niet mogen deelnemen aan het koningsvogelschieten van de Jonge of de Oude Nobele.

6.12.4         Geen lid

De Koningin, of Prins‑(gemaal) is tijdens haar of zijn ambtsperiode  buitengewoon lid, zij kunne ten alle tijden wel lid worden.  De Keizerin wordt lid van de vereniging.